Inkomsten en vennootschapsbelasting

Inhoud

Inkomstenbelasting:

Vennootschapsbelasting:



 

Inkomstenbelasting - eindejaarstips

Buitenlandse boeten vanaf 2015 niet meer aftrekbaar
Met ingang van 1 januari 2015 zijn ook buitenlandse boeten niet langer aftrekbaar. Het gaat bijvoorbeeld om mededingingsboeten en milieuboeten maar ook om buitenlandse verkeersboeten.
Er geldt een uitzondering als het feit waarvoor de boete is opgelegd, niet strafbaar is in Nederland en de bestraffing ook evident in strijd is met de Nederlandse rechtsorde of als in het geheel geen sprake is geweest van een behoorlijke rechtspleging. Dan is de buitenlandse boete wel aftrekbaar.

Overweeg aftrek rente over restschuld vanaf 2015 over langere termijn
Voor een onder water staande eigen woning bestaat sinds 2013 de mogelijkheid om de rente op een restschuld in aftrek te brengen. Het gaat hierbij om restschulden die (zijn) ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. De regeling is van toepassing bij de verkoop van de woning vanwege de aankoop van een nieuwe woning maar ook wanneer de eigenwoningregeling eindigt door het verloop van de verhuisregeling. De rente over deze restschuld is maximaal tien jaar aftrekbaar maar deze periode wordt vanaf 2015 verlengd naar vijftien jaar.
Voor de aftrek van rente op een restschuld geldt geen aflossingseis. Dit betekent dat de hele lening ook pas aan het einde van de looptijd mag worden afgelost.

Vanaf 2015 structureel langere termijn verhuisregelingen eigen woning
De tijdelijke verlenging van de termijn van de verhuisregelingen van twee naar drie jaar wordt vanaf 2015 structureel. Hierdoor kan een sinds 2012 leegstaande, voor de verkoop bestemde woning ook nog in 2015 worden aangemerkt als eigen woning, mits die woning in 2012 een eigen woning was. Verder kan een in of na 2012 aangekochte leegstaande woning of een woning in aanbouw in 2015 nog worden aangemerkt als eigen woning, mits die woning bestemd is om uiterlijk in 2015 als eigen woning ter beschikking te staan aan de belastingplichtige.
De Hoge Raad besliste op 3 oktober 2014 dat pas sprake is van een woning in aanbouw vanaf het moment van aanvang van de (feitelijke) bouwkundige werkzaamheden die leiden tot de stichting van die woning, dus pas bij aanvang van de bouw. De staatssecretaris van Financiën vindt dat de Hoge Raad de regels te streng heeft uitgelegd en zal het huidige - ruimere - beleid handhaven. Dit betekent dat wordt aangenomen dat een woning in aanbouw is, als concrete stappen zijn gezet waaruit naar redelijke verwachting valt aan te nemen dat de bouwwerkzaamheden binnen afzienbare tijd gaan beginnen.
Vanaf 2015 structurele mogelijkheid om eigen woning tijdelijk te verhuren
De regeling die hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur mogelijk maakt, wordt vanaf 2015 structureel gemaakt. Sinds 2010 is het mogelijk om na een periode van verhuur van een te koop staande voormalige eigen woning terug te keren van het box 3-regime naar de eigenwoningregeling in box 1. Op dat moment herleeft de hypotheekrenteaftrek voor het restant van de periode waarvoor een verhuisregeling geldt.

In 2015 opnieuw lagere hypotheekrenteaftrek in hoogste tariefschijf
Wie kosten met betrekking tot de eigen woning in aftrek brengt tegen het inkomstenbelastingtarief van de vierde schijf, krijgt sinds 2014 ieder jaar een kleiner fiscaal voordeel. In 2015 zijn deze kosten aftrekbaar tegen een tarief van 51% (2014: 51,5%) en dit tarief wordt vervolgens jaarlijks met stappen van 0,5%-punt verlaagd. Het aangepaste tarief wordt verminderd totdat het gelijk is aan het tarief in de derde schijf (momenteel 42%).
Ter compensatie van deze verlaagde aftrek wordt de derde tariefschijf verlengd. Vanaf 2018 wordt de derde tariefschijf stapsgewijs verlaagd van 42% naar 38% (in 2042).
Schulden die voortkomen uit de wettelijke vergoedingsplicht tussen partners, worden niet aangemerkt als eigenwoningschuld.

Let op gebruik rentevoet voor aflossingseis bij herleving eigenwoningschuld
Als een schuld eerst kwalificeert als eigenwoningschuld, daarna tijdelijk niet voldoet aan de fiscale voorwaarden en later wel weer als eigenwoningschuld is aan te merken, moet voor de toepassing van de aflossingsformule het aflossingsschema voor de (opnieuw) kwalificerende schuld worden gebaseerd op de rentevoet die geldt op het moment waarop de bestaande schuld (opnieuw) kwalificeert als eigenwoningschuld. Dit geldt niet als de rente niet is gewijzigd. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor als over een kalenderjaar niet wordt voldaan aan de informatieverplichting, maar het kalenderjaar daarna weer wel. Dit geldt ook voor de schuld die oorspronkelijk is aangegaan in verband met een tweede woning die tot box 3 behoort, en die woning na verkoop van de eigen woning, bewoond gaat worden als hoofdverblijf waardoor deze vanaf dat moment in box 1 valt.
Deze wetswijziging werkt terug tot en met 1 januari 2013, de datum waarop de aflossingseis van de eigenwoningschuld is ingevoerd.
Als verstreken looptijd vanaf het moment, direct voorafgaand aan het aangaan van de nieuwe schuld, geldt in dat geval de verstreken looptijd na het moment waarop de schuld (opnieuw) kwalificeert als eigenwoningschuld.

Voldoe tijdig aan renseigneringsplicht bij eigenwoningschuld aan eigen BV
Geld lenen van de eigen BV voor de aanschaf of verbetering van een eigen woning kan aantrekkelijk zijn. Voor leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan en niet onder het overgangsrecht vallen, is deze rente alleen aftrekbaar als de gegevens over de lening tijdig en correct zijn doorgegeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst stelt voor deze renseigneringsplicht een formulier "Opgaaf lening eigen woning" ter beschikking op zijn website.
De renseigneringsplicht geldt alleen voor leningen die vanaf 1 januari 2013 zijn/worden aangegaan.
De gegevens moeten aan de Belastingdienst worden verstrekt bij de aangifte, maar uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de lening is aangegaan.

Los kleine hypotheek af om eigenwoningforfait te ontlopen
Het kan interessant zijn om een kleine hypotheek af te lossen die nog rust op een eigen woning. Voor een eigen woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op het inkomen verlaagt de aftrek van hypotheekrente. Als er geen of een kleine hypotheek op de eigen woning rust, hoeft (een deel van) het eigenwoningforfait niet bij het inkomen te worden geteld.
Een bijkomend voordeel van het aflossen van een kleine hypotheek is dat het box 3-inkomen minder zal worden, zodat de aflossing ook nog eens belasting in box 3 kan besparen.

Alleen in 2014 nog voordelige opname stamrecht
Voor een stamrecht dat is ondergebracht bij een stamrecht-BV, bank, beleggingsinstelling of verzekeraar, kan alleen in 2014 worden gekozen voor een opname ineens waardoor ‘slechts’ 80% van de waarde van het stamrecht wordt belast. Vanaf 1 januari 2014 is namelijk de eis vervallen dat een stamrecht moet worden uitgekeerd in periodieke termijnen. Dit heeft te maken met de afschaffing van de stamrechtvrijstelling in de loonbelasting per die datum. Vanaf 2015 vervalt de regeling waarbij slechts 80% wordt belast bij volledige afkoop. Maak daarom dus nog in 2014 gebruik van deze gunstige regeling voor opname van het stamrecht. Verder geldt bij een opname ineens dat geen revisierente is verschuldigd.
Bij hoge ontslagvergoedingen kan het aantrekkelijk zijn om een middelingsverzoek in te dienen. Voor zo'n verzoek moeten dan wel de definitieve aanslagen over alle drie (opvolgende) middelingsjaren zijn vastgesteld.

Neem levenslooptegoed voordelig op in 2015
De deelnemers aan een levensloopregeling die onder het overgangsrecht vallen en in 2013 geen gebruik hebben gemaakt van de in dat jaar geldende regeling dat bij volledige opname van het levenslooptegoed slechts 80% werd belast, krijgen in 2015 opnieuw de gelegenheid om gebruik te maken van zo’n 80%-regeling. De nieuwe 80%-regeling zal ten hoogste gelden voor het bedrag van de aanspraken op 31 december 2013. Is de 80%-regeling toegepast, dan kan geen gebruik meer worden gemaakt van het overgangsrecht, omdat het volledige tegoed moet worden opgenomen.
De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Wie op 31 december 2011 een tegoed had van € 3.000 of meer, kan blijven sparen tot 1 januari 2022. Er wordt echter geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.

Aftrek lijfrentepremies verandert in 2015 door wijziging pensioenrichtleeftijd
Naar aanleiding van de verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd wijzigen per 1 januari 2015 ook de Witteveenkaders voor de aftrek van lijfrentepremies in de inkomstenbelasting. Bij een pensioentekort mag dan maximaal 13,8% in plaats van de tot en met 2014 geldende 15,5% van de premiegrondslag als premies voor lijfrenten in aftrek worden gebracht op het inkomen in box 1. Hierop komen nog in mindering de opbouw van pensioenaanspraken en de dotaties aan de oudedagsreserve.
Vanaf 2015 geldt de aftrek van lijfrentepremies in box 1 slechts tot een pensioengevend loon van € 100.000.
Een lijfrentepremie moet uiterlijk op 31 december 2014 zijn betaald, wil deze nog tot aftrek kunnen komen in 2014.
Wanneer een ondernemer in 2014 zijn onderneming staakt en de stakingswinst vóór 1 juli 2015 omzet in een lijfrente, is ook de premie aftrekbaar die in de eerste helft van 2015 wordt betaald. Hetzelfde geldt bij de omzetting van een oudedagsreserve in een lijfrente.

Overweeg om in 2015 boven pensioengevend loon van € 100.000 nettolijfrente op te bouwen
Vanaf 2015 is het niet langer mogelijk om pensioen op te bouwen boven een pensioengevend loon van € 100.000. Om toch extra te sparen voor de oude dag wordt het mogelijk gemaakt om onder bepaalde voorwaarden een nettolijfrente op te bouwen, waarbij de premie niet aftrekbaar is in box 1.
Er worden grenzen gesteld aan de jaarlijkse premie die mag worden ingelegd.
De aanspraak op een nettolijfrente is vrijgesteld in box 3.

Houd in 2015 rekening met afschaffing keuzeregime buitenlandse belastingplichtigen
Het huidige keuzeregime voor buitenlandse belastingplichtigen verdwijnt per 1 januari 2015. Vanaf dat moment kunnen buitenlandse belastingplichtigen niet meer kiezen voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige, maar kwalificeren zij wel of niet voor de regeling ‘kwalificerende buitenlandse belastingplichtige’. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen moeten hun inkomen (nagenoeg) volledig (90% of meer) in Nederland verdienen. De nieuwe regeling is voor minder mensen toegankelijk dan de keuzeregeling, omdat deze alleen geldt voor inwoners van de EU, de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland en de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba). Kwalificeert een buitenlandse belastingplichtige, dan heeft hij recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als binnenlandse belastingplichtigen en hoeft hij alleen het Nederlandse inkomen op te geven.
Ook het heffingsvrije vermogen en de schuldendrempel in box 3 zijn van toepassing op kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen.
Hoewel kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen alleen het Nederlandse inkomen hoeven op te geven, zijn sommige andere regelingen wel gebaseerd op het wereldinkomen, zoals de drempel voor de giftenaftrek.

Profiteer in 2015 van overgangsmaatregel tijdsevenredige toekenning heffingskorting

In verband met de vervanging per 1 januari 2015 van de keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen door de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen kan de heffingskorting tijdsevenredig worden toegekend voor de periode waarin de belastingplichtige binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is. Deze maatregel gaat per 1 januari 2016 in. Als overgangsmaatregel wordt in 2015 de hele heffingskorting toegekend aan personen die slechts een deel van het jaar binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn.

Laatste kans in 2014 om dividend uit te keren tegen tarief van 22%
In 2014 geldt een lager box 2-tarief van 22% in plaats van 25% voor inkomen uit aanmerkelijk belang dat niet hoger is dan € 250.000. Per 1 januari 2015 vervalt deze tariefverlaging en wordt het tarief weer 25%. Om maximaal € 7.500 belasting te kunnen besparen moet (als de winstreserves dit toelaten) dus dit jaar nog een dividenduitkering worden gedaan. Daarbij moet er wel aan worden gedacht dat dit vanaf de aangifte 2015 leidt tot een hogere belasting over box 3. Het netto dividend zal immers in box 3 worden belast, tenzij dit vóór 1 januari 2015 wordt besteed aan een bezitting die niet in box 3 is belast. Zo kan bijvoorbeeld de hypotheekschuld van de eigen woning worden afgelost.
Onder het sinds 1 oktober 2012 geldende BV-recht moet een uitkeringstoets plaatsvinden om te bepalen of de vennootschap ook na de dividenduitkering kan blijven voldoen aan haar verplichtingen (waaronder de pensioenverplichting).
Het bedrag van € 250.000 geldt per persoon. Fiscale partners kunnen in totaal € 500.000 tegen 22% uitkeren.

Verzoek om belastingkorting bij niet te verrekenen a.b.-verlies
Als een belastingplichtige en zijn partner in een kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen aanmerkelijk belang (a.b.) meer hebben, kan op verzoek een nog niet verrekend verlies uit a.b. worden omgezet in een belastingkorting voor 25% van het bedrag van dit verlies.
De belastingkorting is alleen te verrekenen met de belasting over het inkomen van box 1. Hof Amsterdam heeft beslist dat de belastingkorting niet mag worden verrekend met de belasting over het inkomen van box 3.

Verlaag box 3-vermogen door vooruitbetaling hypotheekrente
Wie vermogensrendementsheffing in box 3 moet betalen, kan zijn vermogen per 1 januari 2015 verminderen door al in 2014 hypotheekrente vooruit te betalen. Bijkomend voordeel is dat het hoogste tarief voor aftrek van hypotheekrente in 2014 ook nog eens hoger is dan in 2015 (51,5% in plaats van 51%). Het moet wel gaan om hypotheekrente die betrekking heeft op maximaal de eerste zes maanden van 2015.
Als door de vooruitbetaling in 2014 in 2015 wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld, bestaat daar toch geen recht op.

Neem schuld in box 3 in aanmerking voor te laat opgelegde voorlopige aanslag
Wie vóór 1 oktober 2014 de Belastingdienst heeft verzocht om een voorlopige aanslag op te leggen, mag het bedrag van de voorlopige aanslag als schuld in box 3 opnemen, als de Belastingdienst de voorlopige aanslag niet vóór 1 januari 2015 heeft opgelegd.

Controleer voor aftrek schenking of ANBI heeft voldaan aan publicatieplicht
Voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI's) geldt sinds 1 januari 2014 een publicatieplicht. Kerkgenootschappen met een ANBI-status hoeven pas op 1 januari 2016 hieraan te voldoen. De ANBI-status wordt geweigerd of ingetrokken als een instelling niet voldoet aan de publicatieplicht. In zo'n geval is een schenking aan een ANBI fiscaal niet voordelig. Het is dus aan te bevelen om te controleren of een ANBI haar verplichtingen is nagekomen. De ANBI moet onder meer de volgende gegevens publiceren: de officiële naam en de voor het publiek bekende naam, het KvK-nummer en/of het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Identificatienummer (RSIN), het post- of bezoekadres, het telefoonnummer of het e-mailadres, de doelstelling volgens de statuten, de samenstelling van het bestuur en de balans en de winst- en verliesrekening.

Extra aftrek voor gift aan culturele instelling tot 2018
Een schenking aan een culturele instelling levert een hogere aftrek in de inkomstenbelasting op door de zogeheten "multiplier". Voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting mag de gift namelijk met 25% worden verhoogd, met een maximum van € 1.250.
De "multiplier" gold in eerste instantie voor vijf jaar (2012 tot en met 2016), maar deze periode is verlengd tot en met het belastingjaar 2017.

Verreken een verlies op beleggingen in durfkapitaal van vóór 2011
Verliezen op leningen aan startende ondernemers ("durfkapitaal", ook wel tante Agaath-leningen genoemd) zijn sinds 1 januari 2011 niet meer aftrekbaar, tenzij de lening vóór die datum is verstrekt en een vordering niet meer voor verwezenlijking vatbaar is. Dan komt het verlies nog als persoonsgebonden aftrek in mindering op het inkomen.
Maximaal € 46.984 is aftrekbaar als verlies. Dit bedrag geldt per startende ondernemer. De lening moet wel zijn kwijtgescholden binnen acht jaar na het aangaan van de lening.

Voorkom belastingrente door voorlopige aanslag aan te vragen
Wie verwacht (meer) belasting te moeten betalen over 2014, kan verzoeken om een voorlopige aanslag (VA) op te leggen of een verzoek tot herziening van de VA doen. Is zo'n verzoek ingediend voor 1 mei 2015, dan is geen belastingrente verschuldigd als de (nadere) VA conform het verzoek wordt opgelegd.
Het programma "Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2014" van de Belastingdienst houdt geen rekening met bepaalde op 1 januari 2014 in werking getreden wetswijzigingen. Een voorbeeld hiervan is het voor 2014 geldende 22%-tarief voor belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang tot en met € 250.000. Voor wijziging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2014 mag daarom van het inkomen uit aanmerkelijk belang tot en met € 250.000, 22/25e deel worden aangegeven. Het inkomen boven € 250.000 moet wel volledig worden aangegeven.

Laat voorlopige teruggaaf niet tot een te hoog bedrag vaststellen
Sinds 2014 kan een vergrijpboete worden opgelegd als een belastingplichtige opzettelijk een onjuiste voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting heeft aangevraagd of opzettelijk een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting tot een onjuist bedrag heeft laten herzien. Laat een voorlopige teruggaaf niet te hoog vaststellen en een voorlopige aanslag niet tot een te laag bedrag herzien want dit kan leiden tot een boete van 100% van het door de Belastingdienst "misgelopen" bedrag.

Dien een middelingsverzoek in bij sterk wisselend inkomen
Als de hoogte van de belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) over drie opeenvolgende jaren sterk heeft gewisseld, kan aanspraak bestaan op een middelingsteruggave. Dit houdt in dat het inkomen van drie jaren in gelijke delen over die jaren wordt verdeeld. Voorwaarde voor middeling is dat de aanslagen over de drie betreffende jaren definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden. Elk te middelen jaar mag slechts één keer in een middelingsverzoek zijn begrepen. Het loont om vooraf het verzoek voor een middelingsteruggave goed door te rekenen om de meest gunstige jaren te bepalen voor het middelingsverzoek. Middeling kan ook een aardige optie zijn voor personen die kort geleden hun eerste "echte" baan hebben gekregen en de jaren daarvoor een vakantiebaan of een bijbaan hebben gehad.
Het bedrag van de teruggave moet hoger zijn dan een bepaalde drempel (2014: € 545).
Bij een middelingsverzoek mag niet alleen rekening worden gehouden met het inkomstenbelastingdeel maar moet ook rekening worden gehouden met de premie volksverzekeringen.
In een besluit is onder voorwaarden goedgekeurd dat als geheel kalenderjaar mag worden aangemerkt, het kalenderjaar waarin slechts een deel van dat jaar binnenlandse belastingplicht bestond als gevolg van overlijden. Het besluit werkt terug tot en met 23 juni 2014.

Dien een T-biljet in om belasting terug te krijgen bij kleine (bij)banen
Bij onder andere vakantiebaantjes kan over het loon of een uitkering feitelijk te veel loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn ingehouden. In dat geval kan het te veel ingehouden bedrag aan loonbelasting via een T-biljet worden teruggevraagd. T-biljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het desbetreffende kalenderjaar worden ingediend en de teruggave moet minimaal € 14 bedragen. Tot en met 31 december 2014 kunnen de T-biljetten over 2009 en latere jaren nog worden ingediend.
Het is verstandig om vooraf een berekening te (laten) maken om te voorkomen dat de aangifte onbedoeld leidt tot een te betalen bedrag in plaats van tot een teruggave.

Maak in 2014 nog gebruik van een hogere toevoeging aan de oudedagsreserve
Ondernemers die winst maken, kunnen een deel van die winst aanwenden voor een oudedagsreserve. Deze toevoeging aan de oudedagsreserve verlaagt de verschuldigde inkomstenbelasting. In 2014 bedraagt de maximale toevoeging aan de oudedagsreserve 10,9% van de winst met een maximum van € 9.542. In 2015 daalt dit percentage naar 9,8% en bedraagt het maximum nog slechts € 8.640.

Verminder inkomstenbelasting door investeringsaftrek
Bij investeringen in bedrijfsmiddelen zijn er verschillende mogelijkheden om een deel van de investering van de Belastingdienst terug te krijgen via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en/of de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor de KIA mag het investeringsbedrag niet hoger zijn dan € 306.931. Bij een investering tussen € 55.248 en € 102.311 is de KIA het hoogste, namelijk een vast bedrag van € 15.470 (de genoemde bedragen zijn de bedragen van 2014).
De EIA is 41,5% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum) en de MIA is 13,5%, 27% of 36% (afhankelijk van de soort milieu-investering en boven het drempelbedrag).
Het komt voor dat wel recht bestond op de KIA, EIA en/of MIA, maar dat in de aangifte abusievelijk niet hierom is verzocht. Goedgekeurd is dat in zo'n geval aan de inspecteur kan worden gevraagd om de investeringsaftrek alsnog te verlenen en de aanslag ambtshalve te verminderen. Dit verzoek moet dan wel binnen vijf jaar worden gedaan.

Controleer of herinvestering nodig is voor veiligstellen HIR
Belastingheffing op de boekwinst van een verkocht bedrijfsmiddel is uit te stellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). Op de balansdatum moet dan wel een voornemen tot herinvesteren bestaan. De herinvestering moet plaatsvinden binnen drie jaar na het jaar waarin de HIR is gevormd, anders valt deze vrij in de winst. Een HIR die in 2011 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2014 zijn benut voor een nieuw bedrijfsmiddel. Het is dus belangrijk om te controleren of herinvestering nog in 2014 moet gebeuren.
Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn van drie jaar worden verlengd.
De afboeking van de HIR kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een langere periode dan tien jaar wordt afgeschreven, zoals een bedrijfspand. In dat geval moet het vervangende bedrijfspand in economische zin dezelfde functie vervullen als het verkochte bedrijfspand.

Verlaag kosten van research & development door RDA
Sinds 1 januari 2012 geldt de Research & Development Aftrek (RDA) voor ondernemers die investeren in de ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten. De RDA is een fiscale faciliteit om de directe kosten van R&D te verlagen, met uitzondering van loonkosten. Voor de loonkosten geldt immers al een faciliteit in de vorm van de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de loonbelasting en de S&O-aftrek in de inkomstenbelasting. De RDA bedraagt 60% van de gemaakte investeringen die zijn gedaan in S&O en dit percentage blijft in 2015 waarschijnlijk hetzelfde. De hoogte van de RDA in 2015 wordt in december 2014 bekendgemaakt.
De Rijksdienst voor ondernemend Nederland voert de RDA uit maar de verrekening van het daadwerkelijke voordeel vindt plaats via de aangifte inkomstenbelasting.

Pas de Vamil toe
De regeling willekeurige afschrijving voor milieubedrijfsmiddelen (Vamil) biedt de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten willekeurig af te schrijven en geldt voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen op de Milieulijst (investeringen in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu). De overige 25% volgt het reguliere afschrijfregime.
Pas als starter willekeurige afschrijving toe
Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van € 306.931 (2014) willekeurig afschrijven. Als de startende ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot de "bodemwaarde" worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde, bij gebruik door derden is deze gelijk aan 100% van de WOZ-waarde. Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de voorafgaande drie jaren.
Door een optimale willekeurige afschrijving kan recht ontstaan op een middelingsteruggave.
Door willekeurig af te schrijven kan het recht op zelfstandigenaftrek vervallen in de situatie dat verlies wordt geleden. Bij een verlies leidt toepassing van de MKB-winstvrijstelling tot een verlaging van het verlies.

Overweeg een beloning te geven aan de meewerkende partner
Als een partner meewerkt in de onderneming is het mogelijk de partner een reële arbeidsbeloning toe te kennen. Deze vergoeding komt ten laste van de winst. Bij de partner is de vergoeding belast. Geldt het toptarief van 52% inkomstenbelasting, dan kan een flink progressievoordeel worden behaald, zeker wanneer de partner geen of slechts weinig andere inkomsten in box 1 heeft. Er gelden wel enkele voorwaarden. Zo moet het bedrag van de beloning minimaal € 5.000 bedragen en moet het bedrag periodiek aan de partner worden betaald. Een beloning die lager is dan € 5.000, is niet aftrekbaar van de winst en niet belast bij de partner.
Een andere mogelijkheid is het claimen van de meewerkaftrek, als de partner minimaal 525 uur in de onderneming werkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen mits de ondernemer voldoet aan het urencriterium. Deze faciliteit bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. De partner wordt in dit geval niet belast voor het bedrag van de aftrek.
Nog een andere mogelijkheid is om een v.o.f. of maatschap aan te gaan met de partner, als de partner ook kan worden aangemerkt als ondernemer. Dan kan ook de partner de MKB-winstvrijstelling krijgen.

Voorkom verdamping van verliezen uit 2005
Verliezen uit 2005 en eerdere jaren gaan per 31 december 2014 verdampen. Door tijdig actie te ondernemen, is verrekening van (een deel van) de verliezen wellicht toch nog mogelijk, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten (goodwill) te realiseren.

Registreer de uren bij voor het urencriterium in verband met ondernemersfaciliteiten
Voor de zelfstandigenaftrek, de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve geldt een urencriterium. Minimaal 1.225 uren moeten in een kalenderjaar zijn besteed aan de onderneming en ook nog eens minimaal 50% van de beschikbare tijd.
Voor startende ondernemers geldt de 50%-eis niet dus is er een soepeler urencriterium. Startende ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben aan 800 ondernemingsuren voldoende om te voldoen aan het urencriterium.
Ondernemers die naast hun onderneming een dienstbetrekking hebben, zullen doorgaans niet voldoen aan het urencriterium.
Ondernemers die twee jaar achter elkaar niet voldoen aan het urencriterium, moeten de oudedagsreserve belast laten afnemen met het bedrag dat de oudedagsreserve het ondernemingsvermogen overtreft.

Benut mogelijkheden om de winst te verlagen
Elke ondernemer kan op een relatief eenvoudige manier zijn winst verlagen door kritisch naar zijn balans te kijken. Vaak is het mogelijk om een voorziening voor verwachte uitgaven te vormen of kan een vordering worden afgewaardeerd die onvolwaardig is. Wellicht staan er nog incourante aandelen op de balans die kunnen worden afgewaardeerd of ligt er incourante voorraad in het magazijn.
Als een voorziening niet mogelijk is, kan soms een kostenegalisatiereserve worden gevormd. Deze reserve is bijvoorbeeld mogelijk voor groot onderhoud van een bedrijfspand.

Trek goodwill ineens af bij voorkoming van verliezen
De afschrijving op betaalde goodwill kan ten laste van het resultaat worden gebracht. In beginsel geldt een afschrijvingstermijn van tien jaar. In een procedure voor Hof Den Haag lukte het een maatschap echter om de goodwill die betrekking had op de uitkoop van een van de maten, in een keer ten laste van het resultaat te brengen. De maatschap maakte aannemelijk dat de uitkoop noodzakelijk was geweest om het bedrijf van de maatschap te vrijwaren van verder oplopende verliezen en geen betrekking had op het vergroten van het aandeel van de overblijvende vennoten in de winst van de maatschap. De staatssecretaris van Financiën heeft cassatie ingesteld tegen deze uitspraak. De uitspraak van de Hoge Raad moet worden afgewacht.

ZZP'er: laat lijfrente vanaf 2015 eerder uitkeren bij arbeidsongeschiktheid
Om te voorzien in inkomen bij arbeidsongeschiktheid, kunnen ZZP'ers vanaf 1 januari 2015 een lijfrente (gedeeltelijk) eerder opnemen zonder dat revisierente wordt verschuldigd. De regeling geldt alleen bij langdurige arbeidsongeschiktheid, als de uitkeringsgerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. De afkoop bedraagt maximaal € 40.000 of de gemiddelde premiegrondslag van de voorafgaande twee jaren. De ontvangen afkoopsom behoort wel tot het box 1-inkomen. Bij gedeeltelijke afkoop van de lijfrente blijft het restant onder het lijfrenteregime van box 1 vallen.

Vraag (maximaal) vier maanden uitstel bij betalingsproblemen
Ondernemers die belastingschulden niet kunnen betalen, kunnen telefonisch vragen om uitstel van betaling van maximaal vier maanden. Dit geldt alleen voor schulden tot € 20.000.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze betalingsregeling, is wel invorderingsrente verschuldigd. Deze bedraagt sinds 1 april 2014 4%.

 

Vennootschapsbelasting

Verzoek om voorlopige verliesverrekening van 80%
Als de vennootschap 2012 met winst heeft afgesloten maar in 2013 een verlies heeft geleden, is het mogelijk om een verzoek in te dienen voor een voorlopige verliesverrekening. Dit kan alleen als de aangifte vennootschapsbelasting over 2013 is ingediend. De aanslag hoeft nog niet definitief te zijn opgelegd.
De Belastingdienst verrekent dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies met de winst over 2012. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op.

Kies alsnog voor verruimde verliesverrekening 2009, 2010 en 2011
In de belastingjaren 2009, 2010 en 2011 was het mogelijk om de termijn voor achterwaartse verliesverrekening ("carry back") te verlengen van één naar drie jaar. Deze keuze moest in principe bij de aangifte worden gemaakt, maar kan ook nog worden gemaakt zolang de definitieve aanslagen voor die jaren nog niet zijn opgelegd. Voor de extra verrekeningsjaren kan maximaal € 10 miljoen aan verlies per jaar worden teruggewenteld. De keuze voor een langere carry back-termijn heeft tot gevolg dat de termijn voor voorwaartse verliesverrekening ("carry forward") wordt ingekort van negen naar zes jaar.
In zeer bijzondere gevallen wordt de keuzetermijn verlengd. Een voorbeeld is de situatie waarin een vennootschap pas na het verstrijken van die termijn weet dat over een jaar een belastbare winst ontstaat, waarnaar alsnog een verlies uit 2009, 2010 of 2011 verruimd zou kunnen worden teruggewenteld. In zo'n geval kan alsnog een verzoek om verruimde carry back worden gedaan binnen drie maanden nadat de aanslag vennootschapsbelasting (met de belastbare winst) onherroepelijk vaststaat.

Geen kortere carry forward-termijn voor spijtoptanten verruimde carry back
Er geldt een nieuwe goedkeuring voor vennootschappen die per abuis hebben gekozen voor de verruimde carry back over 2009, 2010 en/of 2011. Van een kennelijk abuis is sprake als de keuze geen teruggaaf van vennootschapsbelasting opleverde, omdat over de desbetreffende eerdere jaren geen belastbare winst beschikbaar was voor verliesverrekening. De goedkeuring houdt in dat deze vennootschappen niet worden getroffen door de verkorting van de voorwaartse verliesverrekeningstermijn

Beoordeel of aftrek van gemengde kosten zo voordelig mogelijk is
Gemengde kosten zijn kosten die zowel een zakelijk als een privékarakter hebben. Gemengde kosten komen tot een bedrag van € 4.400 niet in aftrek, maar als 0,4% van het belastbare loon hoger is dan € 4.400, dan is dat bedrag niet aftrekbaar. Het omslagpunt ligt dus bij € 1 miljoen aan loonkosten. Op verzoek bedraagt de maximale aftrekbeperking 26,5% van de betreffende kosten. Controleer daarom wat de voordeligste aftrekmogelijkheid is.

Schenk aan ANBI via een BV
Indien gewenst, kan worden overwogen een BV schenkingen te laten verrichten. Een BV die geld schenkt aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), heeft recht op een giftenaftrek van maximaal 50% van de winst, tot ten hoogste € 100.000.

Extra aftrek voor giften aan culturele instelling tot 2018
Een schenking aan een culturele instelling levert een hogere aftrek in de vennootschapsbelasting op door de zogeheten "multiplier". Voor de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting mag de gift namelijk met 50% worden verhoogd met een maximum van € 2.500.
De "multiplier" gold in eerste instantie voor vijf jaar (2012 tot en met 2016), maar deze periode is verlengd tot en met het belastingjaar 2017.

Vraag (maximaal) vier maanden uitstel bij betalingsproblemen
Vennootschappen die belastingschulden niet kunnen betalen, kunnen telefonisch vragen om uitstel van betaling van maximaal vier maanden. Dit geldt alleen voor schulden tot € 20.000.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze betalingsregeling, is wel invorderingsrente verschuldigd. Deze bedraagt vanaf 1 april 2014 4%.

Verminder vennootschapsbelasting door investeringsaftrek
Bij investeringen in bedrijfsmiddelen zijn er verschillende mogelijkheden om een deel van de investering van de Belastingdienst terug te krijgen via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en/of de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor de KIA mag het investeringsbedrag niet hoger zijn dan € 306.931. Bij een investering tussen € 55.248 en € 102.311 is de KIA het hoogste, namelijk een vast bedrag van € 15.470 (de genoemde bedragen zijn de bedragen van 2014).
De EIA is 41,5% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum) en de MIA is 13,5%, 27% of 36% (afhankelijk van de soort milieu-investering en boven het drempelbedrag).
Het komt voor dat wel recht bestond op de KIA, EIA en/of MIA, maar dat in de aangifte abusievelijk niet hierom is verzocht. Goedgekeurd is dat in zo'n geval aan de inspecteur kan worden gevraagd om de investeringsaftrek alsnog te verlenen en de aanslag ambtshalve te verminderen. Dit verzoek moet dan wel binnen vijf jaar worden gedaan.

Ook MIA voor woonhuizen en woonschepen
Sinds 2014 komen ook bedrijfsmatige verhuurders van woonruimte in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) voor bijvoorbeeld het saneren van asbest, al dan niet in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen.
Deze maatregel zal vooral interessant zijn voor bedrijven die vennootschapsbelastingplichtig zijn, omdat het verhuren van woningen in de inkomstenbelasting in het algemeen niet wordt gezien als ondernemen.

Controleer of herinvestering nodig is voor veiligstellen HIR
Belastingheffing op de boekwinst van een verkocht bedrijfsmiddel is uit te stellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). Op de balansdatum moet dan wel een voornemen tot herinvesteren bestaan. De herinvestering moet plaatsvinden binnen drie jaar na het jaar waarin de HIR is gevormd, anders valt deze vrij in de winst. Een HIR die in 2011 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2014 zijn benut voor een nieuw bedrijfsmiddel. Het is daarom belangrijk om te controleren of herinvestering nog in 2014 moet gebeuren.
Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn van drie jaar worden verlengd.
De afboeking van de HIR kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een langere periode dan tien jaar wordt afgeschreven, zoals een bedrijfspand. In dat geval moet het vervangende bedrijfspand in economische zin dezelfde functie vervullen als het verkochte bedrijfspand.

Verminder vennootschapsbelasting door Vamil
De regeling willekeurige afschrijving voor milieubedrijfsmiddelen (Vamil) biedt de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten willekeurig af te schrijven en geldt voor vennootschappen die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen op de Milieulijst (investeringen in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu). De overige 25% volgt het reguliere afschrijfregime.

Verlaag kosten van Research & Development door RDA
Sinds 1 januari 2012 geldt de Research & Development Aftrek (RDA) voor ondernemingen die investeren in de ontwikkeling van vernieuwende producten en diensten. De RDA is een fiscale faciliteit om de directe kosten van R&D te verlagen, met uitzondering van loonkosten. Voor de loonkosten geldt immers al een faciliteit in de vorm van de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de loonbelasting. De RDA bedraagt 60% van de gemaakte investeringen die zijn gedaan in S&O en dit percentage blijft in 2015 waarschijnlijk hetzelfde. De hoogte van de RDA in 2015 wordt in december 2014 bekendgemaakt.
De Rijksdienst voor ondernemend Nederland voert de RDA uit maar de verrekening van het daadwerkelijke voordeel vindt plaats via de aangifte vennootschapsbelasting.

Profiteer van gunstig tarief in innovatiebox
Voor octrooien, patenten en immateriële activa die zijn voortgekomen uit speur- en ontwikkelingswerk (S&O) waarvoor een S&O-verklaring is gekregen, kan het interessant zijn om te kiezen voor de innovatiebox. Het effectieve tarief voor de vennootschapsbelasting voor inkomsten uit innovatieve activiteiten bedraagt slechts 5%.
De verliezen op de innovatieve activiteiten zijn echter aftrekbaar tegen het normale vennootschapsbelastingtarief van 20% of 25%. Dit maakt de innovatiebox tot een zeer aantrekkelijke regeling voor BV's die zich bezighouden met S&O.

Ga na of fiscale eenheid (nog steeds) voordelig is
Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kan voordelig zijn omdat winsten en verliezen van gevoegde vennootschappen direct met elkaar kunnen worden verrekend. Als het gewenst is dat de fiscale eenheid per 1 januari 2015 ingaat, moet de aanvraag daartoe vóór 1 april 2015 worden gedaan. Als de fiscale eenheid per 1 januari 2015 moet worden verbroken, moet het verzoek daartoe uiterlijk 31 december 2014 zijn ingediend.
Verbreking van een fiscale eenheid kan gewenst zijn om gebruik te kunnen maken van het lage vennootschapsbelastingtarief van 20% of van investeringsaftrek, maar ook met het oog op de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelastingschuld of ongewenste verrekeningen van loon- en omzetbelasting van de gevoegde maatschappijen. Let wel op de sanctiebepalingen die op een verbreking van de fiscale eenheid van toepassing zijn.

Kies als moeder-kleindochter- of zustervennootschappen ook voor fiscale eenheid
Het Europese Hof van Justitie heeft op 12 juni 2014 beslist dat het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in strijd is met het Europese recht. Dit betreft de onmogelijkheid om een fiscale eenheid aan te gaan tussen (1) een moedermaatschappij en een kleindochtermaatschappij, waarbij de tussenhoudster in een andere EU-lidstaat is gevestigd, en (2) twee zustermaatschappijen met een moedermaatschappij in een andere EU-lidstaat. Met een beroep op dit arrest van het Europese Hof kan in voorkomend geval toch een aanvraag worden ingediend voor het aangaan van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Compartimenteer deelnemingsvoordelen bij sfeerovergang
Een vennootschap met een of meer deelnemingen moet bij een sfeerovergang een compartimenteringsreserve vormen. Van sfeerovergang is sprake als de deelnemingsvrijstelling op een gegeven moment niet meer van toepassing is (van onbelaste naar belaste sfeer) of juist van toepassing wordt (van belaste naar onbelaste sfeer). In het eerste geval moet op de balans een onbelaste compartimenteringsreserve worden opgenomen en in het tweede geval een belaste compartimenteringsreserve. De reserve valt vrij wanneer (positieve of negatieve) voordelen worden gerealiseerd op de aandelen in de dochtervennootschap, dus bij verkoop van de aandelen maar ook bij een uitdeling van dividend.
De invoering van de compartimenteringsreserve werkt terug tot en met 14 juni 2013. Dit betekent dat deze reserve op de balans moet verschijnen als na die datum deelnemingsvoordelen worden behaald. De Tweede Kamer heeft de plannen inmiddels goedgekeurd. Het wetsvoorstel is nu onderhanden bij de Eerste Kamer.

Trek liquidatieverlies op deelneming af
Negatieve voordelen uit een deelneming zijn niet aftrekbaar omdat deze onder de deelnemingsvrijstelling vallen. Hierop geldt één uitzondering: liquidatieverliezen. Om hiervan gebruik te maken, moet de vereffening zijn voltooid.
Bij langlopende liquidaties kan een liquidatieverlies mogelijk eerder in aftrek komen.

Vraag bronbelasting binnen drie jaar terug
Als door toepassing van een belastingverdrag blijkt dat in het buitenland te veel belasting is ingehouden op dividend, rente of royalty's, kan terug worden gevraagd. Meestal moet een verzoek om teruggaaf worden ingediend binnen drie jaar na ontvangst van het buitenlandse inkomen. Is dus in 2011 bronbelasting ingehouden, dan moet het verzoek uiterlijk in 2014 zijn gedaan.
Te veel ingehouden bronbelasting die niet is teruggevraagd, kan niet worden verrekend met de vennootschapsbelasting en kan ook niet als kosten ten laste van de winst worden gebracht.

Beoordeel fiscale voordelen van een terugkeer naar een onderneming voor de inkomstenbelasting
Er bestaat een fiscale faciliteit om de BV (terug) om te zetten in een onderneming voor de inkomstenbelasting (eenmanszaak of aandeel in een personenvennootschap) zonder dat daarover fiscaal hoeft te worden afgerekend. Door de inkomsten als winst uit onderneming te gaan genieten, kan de MKB-winstvrijstelling van 14% worden benut en bestaat in beginsel recht op de zelfstandigenaftrek en overige ondernemersfaciliteiten, zoals de oudedagsreserve.
Ook het overnemen van (een deel van) de bedrijfsactiviteiten van de BV door de eenmanszaak met fiscale afrekening behoort tot de mogelijkheden. Dit kan gunstig zijn wanneer de BV verliezen heeft, omdat de hierbij gerealiseerde (stille en/of fiscale) reserves kunnen worden verrekend met deze (nog verrekenbare) verliezen.

Verzoek tijdig om status van vrijgestelde beleggingsinstelling
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) hoeft geen vennootschapsbelasting te betalen en ook geen dividendbelasting in te houden. Voor een directeur-grootaandeelhouder met een kasgeldvennootschap kan een VBI-status aantrekkelijk zijn.
Om in 2014 nog te kunnen worden aangemerkt als VBI, moet vóór 1 januari 2015 een verzoek worden ingediend (als het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar). Als de VBI-status wordt toegekend, gebeurt dit met ingang van 1 januari 2014 (of de eerste dag van het boekjaar, als dit afwijkt van het kalenderjaar). Een andere ingangsdatum is niet mogelijk.

Voorkom verdamping van verliezen uit 2005
Verliezen uit 2005 en eerdere jaren gaan per 31 december 2014 verdampen. Door tijdig actie te ondernemen, is verrekening van (een deel van) de verliezen wellicht toch nog mogelijk, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten (goodwill) te realiseren.



© Copyright Fiscaal up to Date

0343 57 76 88
06 22 42 80 67